Gender en de vrouwenbewegingen in Cuba

Project om aan de Cubaanse vrouwen op het platteland meer macht te geven.
Gender en de vrouwenbewegingen

Interview van Cubainformación met Yolidia Díaz Hernández, ontwikkelingswerkster in Cuba.

Bewerking: Luisa Cuevas, vertaling Yola Ooms

Cubainformación: Yolidia is Nicaraguaanse en werkt al 6 jaar in Cuba als ontwikkelingswerkster in de hoofdstad Havanna. Op dit ogenblik werkt ze mee aan een project dat gefinancierd wordt door OXFAM Canada en het Agentschap voor Samenwerking en Ontwikkeling van Canada in de ANAP (Nationale Vereniging van Kleine Landarbeiders). Het is een strategisch project om vrouwen op het platteland meer macht te geven.

Kan je ons uitleggen wat dit project precies inhoudt en welke doelen je wil bereiken?

Het is een strategisch project voor de ANAP en OXFAM Canada is vastbesloten om ervoor te zorgen dat meer vrouwen zich bij de ANAP aansluiten.
Het doel is niet alleen om vrouwen in te schakelen bij de productie maar er ook voor te zorgen dat zowel de vrouwen als de mannen inzien dat de traditionele rollen en de seksuele opsplitsing van het werk een negatieve invloed hebben op de participatie van de vrouwen. In plaats dat ze thuisblijven, draagt hun arbeid op het veld bij tot de organisatorische versterking en tot de mogelijkheid om mee te beslissen en om leidende functies op te nemen. Het vergt wel veel politieke wil om dit te bekomen en ook een bewustwordingsproces.

Hoe ga je te werk om deze doelen te bereiken?

Het project bestaat uit vijf componenten, waar communicatie er een van is: deze benadering van de verschillende geslachten is nog niet zo goed bekend en het gaat niet alleen over het leven van de vrouwen, maar over de relatie tussen mannen en vrouwen, de ongelijkheid die er nog is, enz.
Een tweede belangrijke component is de structuur: hoe elke gemeenschap beslist welke omstandigheden ze schept zodat vrouwen kunnen meewerken, zoals het uitkeren van een loon en het verlenen van medezeggenschap. Dit is tamelijk nieuw in de ANAP, omdat er wel veel inspanningen gedaan zijn om de arbeidsomstandigheden te verbeteren en arbeidsplaatsen te creëren, enz., maar met dit project worden de beslissingen voor het eerst genomen vanuit de gemeenschap zelf. De vrouwen noemen het een minionderneming, omdat ze zelf fruit, groenten of andere zaken produceren en deze verkopen aan de fabriek.
Een andere fundamentele component is de capaciteit die aan heel de gemeenschap wordt opgelegd. Deze organisatie is ook nieuw in Cuba. De ANAP heeft als basisorganisatie dezelfde mogelijkheden als alle sociale actoren en zowel de Cubaanse Vrouwenfederatie als de CDR's, de huisdokter en de leerkrachten werken mee: men brengt een groep mensen samen in actiegroepen die de capaciteit bespreken.
Nog een andere component heeft te maken met de uitwisseling van ervaring. Het project is telkens in één dorp van de vijf oostelijke provincies opgezet en in de loop van het jaar worden de ervaringen uitgewisseld. Gek genoeg zijn er dingen die in de ene gemeenschap wel lukken en in de andere niet, maar door het uitwisselen van de ervaringen kan men leren van elkaar.
De vijfde component is de opvolging van het project: hoe zal iedereen zich voelen, welke veranderingen zullen er zijn, er wordt ook nagegaan waarom vrouwen nu meer vrijheid hebben om te spreken, waarom ze meer participeren. Het is een driejarig project en nu we anderhalf jaar ver staan stellen we vast dat er evenveel vrouwen zijn ingestapt als mannen, terwijl er normaal altijd meer mannen instappen. Ook zijn er meer vrouwen die een leidende functie opnemen en meer vrouwen die de communicatiegroepen leiden. Daarom is het een heel interessant en verrijkend werk.

Het project is nu halfweg. Wat is tot nu toe de grootste verwezenlijking en wat is de grootste moeilijkheid?

De grootste verwezenlijking is het feit dat de ANAP het project heeft opgevat als een werkmiddel en ik bedoel niet enkel de mensen die bij het project betrokken zijn, maar ook het nationaal bestuur en hun leiders. Zij hebben aanvaard dat hun strategie meer investeringen zal nodig hebben dan ze verwacht hadden.
De grootste uitdaging is de betrokkenheid, het feit dat vrouwen en mannen zich moeten bekwamen op alle niveau’s. Want dit is een uitdaging op het platteland, maar ook in de structuur van de organisatie. Hun projecten moeten effectief deze klemtoon leggen, ook bij de andere organisaties die ze steunen of bij het ontwikkelen van andere projecten. Het is een ambitieus plan, maar ik denk dat de ANAP dit beetje per beetje zal kunnen verwezenlijken.

Je woont al zes jaar in Cuba, ik veronderstel dat het beeld dat je van ons land had voordat je aankwam ondertussen veranderd is?

Ik ben Nicaraguaanse en zoals elke Latijns-Amerikaanse was ik heel nieuwsgierig om het echte Cuba te leren kennen. Ik wou deelnemen aan zo een project en ik ben heel blij dat ik hier die kans kreeg. De eerste drie jaren heb ik als vrijwilligster in verschillende organisaties aan dit soort projecten in de stadsbuurten en in andere provincies gewerkt.
Uiteindelijk voel ik dat ik Cuba nu beter ken, ik voel dezelfde bewondering, maar ik besef ook dat er nog veel werk te doen is. Ik begrijp veel meer dingen waar men in het buitenland geen notie van heeft, zaken die men zich niet kan voorstellen, omdat het moeilijk is om een ongepolitiseerde visie over Cuba te vinden waarin geen negatief beeld van het land wordt opgehangen. Je moet maar even uit Cuba weggaan en ze beginnen al absurde vragen te stellen, zoals of er eten is in de supermarkten en of er hier fruit te vinden is. Ik zeg dan dat ze zelf maar eens moeten gaan kijken en dat het beeld dat men in het buitenland heeft van Cuba niets te maken heeft met het echte Cuba.

Het gaat dus niet alleen over jouw persoonlijk beeld over Cuba, maar ook over het beeld dat men in Nicaragua heeft?

In Nicaragua en overal, want onlangs was ik in de Dominicaanse Republiek en men stelde me dezelfde vragen… Het is erg dat de mensen zich niet een beetje beter informeren en dat de media een beeld ophangen dat niet bestaat. Ik denk dat een deel van ons werk erin bestaat om te zeggen dat de zaken niet zo zijn.

Voordat je naar Cuba kwam, was je in Nicaragua ook al bezig met de machtsstrijd van de vrouwen. Kan je de situatie in Cuba vergelijken met die in jouw land?

Hier heb je de Vrouwenfederatie en in vergelijking met het leven van andere Latijns-Amerikaanse vrouwen, staan de Cubaanse vrouwen er goed voor. Toch is er weinig verschil op familiaal vlak en qua traditionele rolverdeling. Ondanks het feit dat meer dan 60% van de intellectuelen of technisch opgeleiden vrouwen zijn, blijven zij ook huisvrouwen. Daarom is het belangrijk dat de macht of het beslissingsrecht van de vrouwen toeneemt. Ik voel me heel sterk betrokken met deze kwestie en ik ben blij dat ik in deze context kan werken en veel kan bijleren. Ik denk dat de Cubaanse vrouwen en mannen nog veel moeten reflecteren over deze kwestie en dat men de ongelijkheid in huis moet trachten weg te werken om een meer evenwichtige samenleving te bekomen.

Nicaragua hoort bij de Latijns-Amerikaanse landen die via verkiezingen meer progressieve of linkse regeringen krijgen in een nieuw Amerika dat wordt opgebouwd en waarin Cuba een rol speelde, maar ook de relaties zijn aan het veranderen, waardoor Cuba niet meer geïsoleerd is. Zou je me kunnen zeggen hoe jij de recente verkiezingsoverwinning van de Sandinisten ziet, niet alleen in je eigen land, maar ook in de relatie met Cuba?

Ik denk dat het voor de regio een belangrijke vooruitgang betekent dat meer landen interesse tonen voor meer rechtvaardigheid en sociale veranderingen. Het is een feit dat Nicaragua zich heeft aangesloten bij ontwikkelingsmodellen die de armoede verminderen. Ik weet dat mijn land nog vele stappen zal moeten ondernemen, want de laatste jaren was de achteruitgang enorm en jammer genoeg zijn vele sociale structuren kapot, zodat het bestuur veel werk zal hebben om de hoop weer te doen opleven. We zijn niet in de jaren ‘80, toen de revolutie onstuimig was en door iedereen werd gedragen. Nu zit Daniel Ortega opnieuw in de regering, maar ik zie hem niet als de leider zoals we hem toen zagen. Als vrouw vind ik het bovendien heel erg dat – en ik wil dit niet als enige referentie beschouwen – abortus om medische redenen afgeschaft is. Dit is een maatregel die heel sterk gericht is tegen het leven van de vrouwen en daarom neem ik deel aan de strijd van de vrouwenbeweging. Het is een heel grote uitdaging voor mijn land en voor heel Latijns-Amerika, omdat de samenleving bestaat uit ongeveer 50% mannen en vrouwen en dus moeten we onze krachten verenigen om sociale gelijkheid te bekomen.