Bedrijven en vakbond in veranderend cuba
Vakbond en arbeidsvoorwaarden
Bedrijven in een veranderend Cuba
- Dr. Stefan Ludlam: hoe vakbonden en regering samenwerken om inkomensongelijk-heid en bedrijfscorruptie terug te dringen. Rapport Universiteit van Sheffield - januari 2008.
Terwijl commentatoren zich concentreerden op de ziekte van Fidel en de verwachtingen van veranderingen onder Raul, was er weinig aandacht voor veranderingen die in de Cubaanse economie al plaatsvinden, vooral in arbeidsverhoudingen en vakbondsrechten. Dit zijn kenmerken van het Cubaanse socialisme in een wereld van genadeloos kapitalisme. De Speciale periode van maatregelen na het ineenstorten van de Sovjet Unie en van hernieuwde vijandschap vanuit de VS, is nog niet voorbij. Maar ondanks de aangescherpte blokkade heeft de Cubaanse economie het BNP van vóór de crisis hersteld dank zij haar succes in strategische sectoren tijdens de Speciale periode: het toerisme en de kenniseconomie in gezondheid, onderwijs en wetenschap. Echter, het is bedenkelijk voor Cubanen dat de inkomensverdeling van voor de crisis niet is hersteld.
Zoals iedere bezoeker van Cuba weet - en zoals Cubaanse leiders herhaaldelijk benadrukken – de Speciale periode (met zijn dollaroverschrijvingen door verwanten in de VS, zijn westers toerisme, zijn vrije beroepen en het deels liberaliseren van agrarische producten) heeft de gelijkheid in Cuba ondermijnd, zowel sociaal als in termen van inkomensverdeling. Minder meetbaar is de invloed op alledaagse ethiek van een bevolking die het wettelijke inkomen opkrikt met klusjes en in de informele handel, vaak met gebruik van materiaal van het bedrijf waar men werkt.
Werkers in overheidsdienst: gezondheidszorg, onderwijs en functionarissen, worden betaald volgens de bescheiden pesos schalen. Velen van hen hebben weinig gelegenheid om iets te krijgen als bijverdienste of in harde CUC-munt. In de informele sector en in de goed gevulde CUC winkels, die werken met westerse prijzen, zijn CUC’s nodig. Hierdoor kan Cuba harde munt binnenhalen om voor vitale import te betalen. Wie zich kan permitteren zaken te kopen in deze winkels zijn mensen die aan CUC’s kunnen komen via bedrijfsgratificaties, toeristische fooien, in vrije beroepen, van familie in de VS of door informele illegale handel. Weinigen horen tot de nieuwe rijken, door Fidel gehekeld. Enkelen hoeven helemaal niet te werken. Iets wat de meeste Cubanen schokkend en immoreel vinden. Sinds Fidel in zijn vaak geciteerde november 2005 speech corruptie en zwarte markt verfoeide, hebben Cubaanse vakbonden prioriteit gegeven aan de strijd tegen sjoemelen op de werkplek. Maar vakbondsleiders verklaren dat dit vechten tegen de bierkaai is zolang het wettelijk loon geen fatsoenlijk inkomen geeft. In deze context gaf Raul zonder omwegen toe in zijn 26 juli speech dat de gewone lonen niet toereikend zijn om de noodzakelijke behoeften te dekken, noch het socialistisch beginsel van inkomensdeling op basis van werk veilig te stellen. Hij startte een nationaal debat op werkplekken en in gemeenschappen om de problemen te bespreken van het alledaagse leven, van het werk en de doeltreffendheid die Cubanen en hun regering bezig houden.
Aanpak van inkomensongelijkheid
Wat is hieraan de laatste jaren gedaan? In 2005 verhoogde de regering de nationale lonen en uitkeringen. Het minimum pensioen werd verdrievoudigd en het minimumloon meer dan verdubbeld. Alle salarissen gingen bescheiden omhoog. Er is geen inkomensbelasting maar prijsverhoging in energie en op de niet gesubsidieerde voedingsmarkten deden de verhogingen deels te niet. Productiviteitsbonussen zijn geaccepteerd. In de ‘bedrijfsverbetering’ sector van ondernemingen met grotere zelfstandigheid en winstpremies kregen hun arbeiders gemiddeld 30% salaris verhoging. In het algemeen ontvingen in 2004-2005 zo’n 1,5 miljoen werkers een productiviteitsbonus, vaak in CUC’s. Die bonus telt nu ook mee als inkomen voor de pensioenen, voor het ziektegeld enz.
Andere maatregelen beperkten de inkomensongelijkheid. Cuba werd in 2004 dollar-vrij, de peso en de CUC werden de enige wettelijke betaalmiddelen. In 2005 werd de CUC opgewaardeerd tegen de dollar met 8% en 10% omwisselbelasting ingevoerd, in feite 18% belasting op dollar overschrijvingen. Ook de nationale peso werd opgewaardeerd om de kloof ten opzichte van de CUC iets te verkleinen. In 2004-2005 trad de regering op om niet toegestane hardemunt-transacties door bedrijven te stoppen en corruptie te voorkomen in de handel met buitenlandse firma’s. Ook in 2005 zond de regering jonge sociale werkers in de ketens van brandstof leveranciers om de leveringen te controleren. Daardoor kwam aan het licht dat de helft van de olie van Cuba regelrecht naar de zwarte markt verdween! Sindsdien hebben andere bedrijven toegezien op het bedriegen van klanten in pesowinkels. En het nieuwe elektriciteitstarief in 2006 is een indirecte belasting voor vermogende afnemers, enkele zelfstandige bedrijven in de CUC sector werden gerund met hooggesubsidieerde peso elektriciteit.
Raul’s verduidelijking dat bij een hoger salaris ook een grotere productiviteit en opbrengst is vereist, een gemeenplaats in het Cubaanse debat, brengt ook andere zaken met zich mee van belang voor haar socialisme, haar werkers en de vakbonden. De economie blijft door de staat gereguleerd, de politiek bepaalt de markten. Cuba´s opening naar kapitalisme geldt voor de Speciale periode en is begrensd. Cuba viel niet voor het Russische stijl gangster kapitalisme; ook niet voor het marktdenken volgens Chinese lijnen. Maar het leven van een arbeider is voor altijd veranderd door de crisis van de jaren ´90. Een volledige baan voor het leven in een van de staatsbedrijven is verleden tijd. Meer dan 90% van de werkers zijn vakbondsleden maar vaak met een nieuw type werkgever: staatsbedrijven in het company improvement schema, gemengde bedrijven met buitenlands kapitaal, arbeiderscollectieven in de landbouw, vrije ondernemingen en sterk uitbreidende sectoren van dienstverlening en high-tech.
Hervorming van arbeidsverhoudingen
Om dit alles te kunnen behappen is de nationale ArbeidsCode - de kern van Cuba´s arbeidswetgeving sinds 1985 - hervormd in een uitvoerig proces van overleg, vooral met de vakbonden. Deels om verdergaande wetgeving in te voegen zoals de sterk uitgebreide zwangerschapsverlof; maar ook om na de crisis in te spelen op de opkomende wereld van de arbeid. Cuba is bezig haar hele cultuur van menselijke relaties te moderniseren en te professionaliseren. Zoals Elio Valerino Santiesteban, voorzitter van de nationale vakbondfederatie CTC (Central de Trabajadores de Cuba), stelt: het is een nieuwe manier van denken over menselijke relaties en menselijk kapitaal (human capital) als centraal element van de economie. Al deze zaken vertragen de nieuwe ArbeidsCode, maar intussen zijn belangrijke hervormingen ingevoerd. In 2002 werd de wet op gezondheid en veiligheid op het werk aangescherpt en de wet op collectieve arbeidsovereenkomst herzien vanwege nieuwe bedrijfsvormen. Cruciaal voor arbeiders en vakbonden: deze wet vereist dat plaatselijke arbeidsverhoudingen en totstandkoming van arbeidswetgeving met de bonden uitonderhandeld worden en groepen op de werkplek uiteindelijk stemmen over de overeenkomsten.
In 2005 legde een belangrijke nieuwe arbeidswet, Resolutie 8/2005, gelijke rechten vast voor werkers op part-time basis en andere afwijkende contracten. Het bepaalde de arbeidersrechten in situaties van reorganisatie en overtolligheid in de nieuwe economische structuur, met name het recht op een nieuwe job, inkomensbescherming en scholing of training met volledig behoud van loon. Procedures voor promotie en training en erkenning van de kwalificaties werden vastgelegd, plus het recht van de werker op jaarlijkse herziening daarvan. In 2006 bepaalden nieuw regelingen vormen van betaling naar resultaat, shift toeslag en andere extra bonussen. Er is een nadruk op flexibiliteit en productiviteit die wij normaal associëren met werkloosheid en verarming. Maar behalve de verdediging van het wettelijke recht op werk en inkomsten in Cuba, dient alles onderhandeld te worden met de vakvereniging en geaccepteerd door de vergadering van werkers waar allen, ook niet leden van de vakbond, stemrecht hebben. De nieuwe wetgeving geeft de bonden meer en niet minder macht.
Cuba is anders
Een recent voorbeeld is de nieuwe wetgeving over tijdscontrole en arbeidsdiscipline, ten onrechte beschreven door de BBC als een nieuwe ArbeidsCode en vanuit Miami als een provocatie tegen Raul. Het echte verhaal vertelt de kracht en niet de zwakte van de Cubaanse gemeenschap. Resoluties 187 en 188 werden in augustus 2006 aangekondigd voor invoering in januari 2007. Maar werkers en de bonden toonden aan dat het goed was de werkdag vast te leggen maar oneerlijk om de werkers te straffen voor het te laat komen of eerder weggaan. De situatie van het openbaar vervoer maakte het vaak onmogelijk op tijd te komen. Ook hadden winkels, publieke diensten en gemeentelijke bureaus dezelfde openingstijden als het bedrijf, dus arbeiders moesten er heen in hun werktijden. Het in werking treden van de resoluties werd drie maanden uitgesteld tot de problemen in het vervoer en in de gelijktijdige openingstijden waren opgelost. Natuurlijk kon vooral in Havana het vervoer niet snel genoeg aangepast worden. Maar de invoering kon slechts geschieden na collectieve overeenkomst door onderhandelingen, die de bonden en arbeiders een effectief vetorecht gaven totdat de materiële voorwaarden de invoering haalbaar en fair maakten. Zoals Raul Hodelin Lugo, secretaris generaal van het CTC in Havana-stad vertelde: In plaatsen waar deze voorwaarden niet waren vervuld zullen we niet toestemmen in de uitvoering, ook na de invoeringsdatum van de resoluties. De toepassing is flexibel, niet mechanisch. Zoals al het andere in Cuba, wij overleggen met de arbeiders.
Dit ligt in de lijn van de cultuur van Cuba’s arbeidsverhoudingen. VS-geïnspireerde propaganda roept dat stakingen in Cuba illegaal zijn. Dat is niet waar, er is geen wetgeving tegen stakingen. De Cubaanse grondwet en de arbeidswetgeving bevatten positieve rechten voor vakbonden. Maar, anders dan in landen als het Verenigd Koninkrijk, de wet schrijft niet voor hoe bonden hun werk of hun industriële activiteiten doen. Bonden in Cuba zijn organisatorisch en financieel onafhankelijk, zij hebben het grondwettelijke recht om arbeidswetgeving voor te stellen en hierover gehoord te worden. Zoals Dr. Francisco Guillén Landrián, hoofd van de juridische sectie van het ministerie van arbeid, mij vertelde: Onthoud dat wij absoluut niets doen zonder instemming van onze kameraden in de vakbonden. Als tripartiet coördinatie momenteel in één land ter wereld bestaat is dat volgens de Internationale Labour Organisatie wel in Cuba. Hij lachte hartelijk om de suggestie dat Cuba human resources management methodes zou gebruiken om de vakbonden op een zijspoor te rangeren: wie dat zou doen in Cuba, is óf uit op zelfmoord óf gek. Wij zijn geen samenleving van technocraten of winst zoekers. Wij werken om de noden van de mensen te vervullen en arbeid is het recht van ons volk.
Vakbonden weten dat zij hard moeten werken om voor de bond en de arbeider het recht en de participatie te realiseren. De laatste jaren hebben de bonden vertegenwoordigers omgeschoold op elk niveau tot op de werkplek, vooral op gebied van gezondheid en veiligheid en collectief onderhandelen. En de CTC is bezig zich te hervormen om haar werking te verbeteren. Dus als een nieuwe wereld van arbeid opkomt in Cuba’s expanderende economie, zullen Cuba’s vakbonden blijven in het hart van het politieke proces met als centrale rol; het ontwikkelen en verdedigen van de arbeidersrechten. Rechten die inderdaad sterker geworden zijn in de nieuwe wetgeving.
(Dr. Steve Ludlam van de Universiteit van Sheffield heeft arbeidsrelaties in Cuba onderzocht met steun van de Nuffield Foundation. Bron: http://www.cuba-solidarity.org.uk/ en vertaling ThJ.)
